Beroepen

Beroepen

 
Beroepen

Welk beroep hebben jouw vader en moeder? Misschien computerprogrammeur, dokter of kok? De laatste twee beroepen waren er vroeger ook, maar computerprogrammeur is een modern beroep. Er zijn ook beroepen verdwenen. In de beginperiode van de Burgerlijke Stand bestond bijvoorbeeld het beroep van ‘aanspreker’. Dat was iemand die familie en vrienden van de overledene uitnodigde voor de begrafenis, langs de deuren ging om de dood van de overledene bekend te maken en de begrafenis regelde. Tot 1815 werden de beroepen in het Frans opgeschreven in de registers. Als iemand ‘dagloner’ (werkman op het land) was, dan schreef men: ‘journalier’.

 

Opdracht I

Meisjes hadden vaak geen beroep als ze gingen trouwen. Als ze wel werkten, waren ze vaak dienstmeisje of dagloonster. Vroeger was het heel normaal dat je als vrouw stopte met werken als je ging trouwen. Als vrouw moest je tenslotte kinderen krijgen en voor het huishouden zorgen!
 
Ga naar de akten van huwelijken uit jouw provincie en kijk naar de eerste akte die daar staat.

Maak nu twee kolommen. Schrijf in de ene kolom de beroepen op van de bruidegom, van zijn vader, van de vader van de bruid en van de mannelijke getuigen. Schrijf daarna in de andere kolom de beroepen op van de bruid, haar moeder en de moeder van de bruidegom. Wat valt je op?

 

Opdracht II

Veel beroepen die we nu kennen, bestonden vroeger ook. Soms hebben ze een andere naam gekregen. Bijvoorbeeld: een brillenmaker heet nu een opticien. Andere beroepen bestaan helemaal niet meer. Bijvoorbeeld een zoals blauwverver en rooimeester.
 
Bekijk alle akten uit jouw provincie.

Maak twee kolommen. Noteer uit de akten in de ene kolom alle beroepen die we nu nog steeds kennen. Noteer in de andere kolom de beroepen die je kunt vinden in de akten die nu niet meer bestaan.

 

Opdracht III

Veel mensen werkten in de landbouw of op zee. Beroepen als notaris en rechter waren wat zeldzamer. Tegen mensen die dit soort beroepen uitoefenden werd nogal opgekeken. Deze mensen werden ‘notabelen’ genoemd.
 
Bekijk alle akten uit jouw provincie.

Maak twee kolommen. Noteer uit de akten in de ene kolom de beroepen van de notabelen en in de andere kolom de andere beroepen die je in de akten kunt vinden. Wat valt je op?

Copyright © 2011-2017 AllemaalOpPapier