Burgerlijke Stand

Burgerlijke Stand

 
Burgerlijke Stand

In 1792 en 1769 werden in Frankrijk wetten gemaakt voor het verplicht laten registreren van geboorte, huwelijk, echtscheiding en overlijden. Die wetten golden ook voor de bezette gebieden. Delen van Nederland (Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg) vielen in die tijd onder Frans bestuur. Daarom werd daar de Burgerlijke Stand al ingevoerd vanaf 1796. Na de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk in 1811 werd de Burgerlijke Stand overal in ons land ingevoerd. De oudste akten zijn dan ook in het Frans geschreven. Pas vanaf 1815, toen de Franse bezetting voorbij was, werden de akten van de Burgerlijke Stand in het Nederlands geschreven.

 

Opdracht I

In de registers van de burgerlijke stand worden per gemeente alle geboorten, huwelijken, echtscheidingen en overlijdens opgeschreven. Soms duurde het een paar dagen voordat er iemand naar het stadhuis kon, om ‘aangifte van geboorte of overlijden’ te doen. De datum van geboorte of overlijden is daardoor vaak een paar dagen eerder dan de aangiftedatum in de registers van de Burgerlijke Stand. De huwelijksakten werden altijd op de dag van het huwelijk in de registers opgeschreven.
 
Ga naar de akten van geboorte uit jouw provincie.
Kies een akte uit.
Schrijf op wie er geboren is en op welke datum.
Hoeveel dagen later werd het kind aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand?

 

Opdracht II

Echtscheidingen moeten ook geregistreerd worden in de registers van de Burgerlijke Stand. Dat gebeurde meestal in het huwelijksregister. Soms achterin, soms was er een aparte bijlage van echtscheidingen gemaakt. Vaak werd in de huwelijksakte in de kantlijn vermeld dat het echtpaar was gescheiden. Hier zie je dat bijvoorbeeld.
 
Ga naar de akten van huwelijken uit jouw provincie.
Schrijf op hoeveel echtparen er gescheiden zijn.
Schrijf erbij hoe de echtscheiding is geregistreerd: in een aparte akte of in de kantlijn van de huwelijksakte.

 

Opdracht III

In de overlijdensregisters wordt per gemeente opgeschreven wie er overleden is. Aangezien de overledene zelf geen aangifte meer kan doen van zijn eigen overlijden, wordt dat altijd door iemand anders gedaan. Dat kan een zoon zijn, een dokter, iemand van de gemeente, een begrafenisondernemer of een kennis van de overledene.
 
Ga naar de akten van overlijden uit jouw provincie.
Kies een akte uit.
Schrijf op wie (naam en beroep) aangifte komt doen van het overlijden.

Copyright © 2011-2017 AllemaalOpPapier